Als het aan wethouder Richard de Mos van Economie, Internationaal en Nationaal Programma Zuidwest ligt, komt er op korte termijn een Haagse handelsmissie naar Suriname.
De Mos zei dat donderdag na afloop van een ontmoeting met de Surinaamse ambassadeur Ricardo Panka, die in het teken stond van het versterken van de economische banden tussen Den Haag en Suriname. "Veel kansen voor Haagse ondernemers!", schrijft de wethouder na afloop van het gesprek in de ambassade aan de Alexander Gogelweg op social mediaplatform X. "We gaan verkennen of we op afzienbare termijn een Haagse handelsmissie naar Suriname kunnen organiseren."
"Circa 50.000 mensen van Surinaamse komaf hebben hun thuis in Den Haag gevonden. Hart voor Den Haag vindt het een gemiste kans dat er nauwelijks handel gedreven wordt tussen Den Haag en de steden waar veel stadsgenoten warme banden mee hebben", zei De Mos al eens eerder. "Er liggen heel veel economische kansen in Suriname. Het land heeft olie, gas, bauxiet en plenty aan landbouwgronden. In onze regio zit kennis. Verbind dat nou eens aan elkaar."
Tekst gaat door onder foto.

Archieffoto.
Fact finding missie
Twee jaar geleden pleitte De Mos, destijds als fractievoorzitter van oppositiepartij Hart voor Den Haag, eveneens voor het versterken van de banden tussen Den Haag en Suriname. Tijdens de begrotingsbehandeling diende hij daarvoor een motie in, maar die werd door een meerderheid van de gemeenteraad verworpen. De Mos besloot vervolgens zelf naar Suriname te gaan voor een 'fact finding missie'. De delegatie bestond uit twee raadsleden van Hart voor Den Haag, verschillende ondernemers en een cameraploeg. Zij spraken onder meer met ministers, burgemeesters en de Surinaamse Kamer van Koophandel.
Tijdens zijn bezoek aan Suriname tekende De Mos vervolgens een 'Verklaring van economische samenwerking en vriendschap tussen Paramaribo en Den Haag' met districtscommissaris Ricardo Bhola van de Surinaamse hoofdstad. In de verklaring spraken beide partijen de intentie uit om zich in te zetten voor het opzetten van een handelsband tussen Den Haag en Paramaribo. Ook zegden zij toe elkaar te ondersteunen bij thema's die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van toerisme, handelsbevordering, woningbouw, duurzame decentrale energie, wegeninfrastructuur, herinrichting, monumentenbehoud, parkeergelegenheid en vuilverwerking.
De verklaring zorgde in 2024 voor de nodige verbazing in de gemeenteraad. De Haagse Stadspartij sprak van "gekkigheid" en DENK noemde de stap "uiterst merkwaardig". Die laatste partij, waarmee Hart voor Den Haag inmiddels in een coalitie samenwerkt, wilde destijds weten of de handelwijze van De Mos wel in overeenstemming was met de gemeentewet. "Met welk mandaat zijn de gesprekken gevoerd en is de verklaring getekend? Het lijkt alsof hij namens de stad Den Haag spreekt en zo het college en de raad ondermijnt."
In de verklaring maakte Richard de Mos overigens al een vorm van voorbehoud. "Hart voor Den Haag ziet deze overeenkomst als een intentieverklaring, waarbij echte besluiten genomen gaan worden als Hart voor Den Haag na de gemeenteraadsverkiezingen in het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) zitting heeft."